We horen de laatste weken niet anders: er wordt op grote schaal gediscrimineerd en vooral de vorm racisme staat in de belangstelling na de dood van de donkere man George Floyd in de USA door extreem politiegeweld. Discrimineren is eigenlijk niets anders dan selecteren. Selecties druk je uit door het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden: een blanke man, een Turkse vrouw, een zwarte jongen, een homofiele kerel. Elk bijvoeglijk naamwoord selecteert het onderwerp. Het bijvoeglijke naamwoord geeft een lading aan het onderwerp en afhankelijk van de gevoeligheid van het bijvoeglijke naamwoord, wordt de selectie ervaren als discriminerend of racistisch.

Het bijvoeglijke naamwoord als woord om de context van het onderwerp te nuanceren krijgt een lading en geeft het onderwerp een eigenschap. Als de boodschap bedoeld is om exact te duiden waarover men het heeft, kan dit als confronterend worden gezien. Zo worden bij opsporingsverzoeken vaak typerende kenmerken als bijvoeglijk naamwoord toegevoegd om de mensen te helpen de dader op te sporen, zoals een jonge, slanke, lange, blonde man. Met dergelijke typering krijg je een beeld van diegene die men zoekt. Als er nu veel van deze verzoeken zijn en telkens wordt hierbij hetzelfde etnische profiel beschreven, dan wordt al snel dit als verwijt gezien aan de opsporingsinstantie omdat ze een stereotype beeld geven van de mogelijke dader. Etnisch profileren zit dan weer heel dicht tegen racisme. Aan de andere kant moet men de ogen ook niet sluiten voor de werkelijkheid. Vooroordelen op basis van ras of uiterlijk zijn er altijd geweest en zullen er ook blijven. Je bent vertrouwd met je eigen soort en van mensen die andere culturele roots hebben vormt zich in ons hoofd al gauw een stereotype beeld, vaak ingegeven door de onbekendheid met de andere cultuur. Zo werkt ons brein nu eenmaal. Dat associëren zorgt ervoor dat we ook maar moeilijk van die vooroordelen af komen.

Mensen doen dus niets anders dan selecteren. Of ze dit nu op papier doen of met hun ogen, gedachten, neus of wat dan ook. Elke selectie is een vorm van discriminatie. Je kiest iets en daarmee sluit je andere zaken uit. Of dat nu voor een aankoop, de liefde, je eten of gewoon mensen zijn. Is dit fout, is dit goed? Ik denk niet dat daar deze kwalificaties toe behoren. Het is meer dat heel ons leven uit keuzes bestaat. Als je voor jezelf bemerkt dat je consequent keuzes maakt waarbij je iemand of een soort mensen uitsluit dan spreekt men van echte discriminatie. Is dat ook nog op ras gebaseerd dan noemen we deze vorm van discriminatie racisme.

Onze vooroordelen worden gevormd door onze roots: opvoeding, onderwijs, geschiedenis. De opvoeding krijg je gratis en het is te hopen dat racisme daarin wordt afgewezen. Binnen het onderwijs zou er een duidelijke taak moeten zijn om gelijkheid uit te dragen, zodat die mogelijk al verankerde vooroordelen bij kinderen kunnen worden weggenomen. Als we hier echter teveel aandacht voor vragen valt rechts Nederland over het onderwijs heen. Men vindt dit een linkse aanpak. De rechtse aanpak is vaak juist gebaat bij ongelijkheid. Handel wordt pas interessant als er schaarste dus jaloezie is. Niet alles is voor iedereen te krijgen. Dat drijft de prijs op. Op dat communistische idee van gelijkheid zit men niet te wachten.

En dan de geschiedenis. In de geschiedenisboeken staan de handelingen beschreven in de ogen van de machthebbers van het era waarin het is opgeschreven. De vraag is in hoeverre dit aansluit bij wat de werkelijke situatie was. In de geschiedenisboeken worden bijvoorbeeld helden vereerd waarvoor we, met de inzichten van nu, ons schamen. Meestal omdat ze ons land rijk hebben gemaakt door onderdrukking en geweld. Destijds werden deze helden geëerd en werden er van deze mannen standbeelden opgericht. Nu willen racisme-activisten deze kunstwerken vernietigen. In mijn ogen haal je met het vernielen van soms prachtige objecten het probleem niet weg. Een standbeeld van een foute zeeheld is er toch vooral om het plein te sieren en 98% van de voorbijgangers zal het worst zijn wie er is afgebeeld. Zelfs al zouden ze de naam weten, dan gaan er nog geen alarmbellen af.  

De betekenis van kunst is niet alleen hetgeen wat het voorstelt. Daarmee heeft de abstracte kunst een voorsprong op de figuratieve kunst. Je mag bij abstracte kunst zelf denken wat je er van wil, terwijl bij afbeeldingen van mensen men altijd van de hoed en rand moet weten en door velen de voorstelling en de vorm op één hoop worden gegooid. Deugt de man op het schilderij niet, dan deugt het schilderij zelf ook niet, hoe prachtig het ook is geschilderd. Deze kortzichtige benadering keur ik ten stelligste af. Als blijkt dat kunst dit effect heeft, zet het dan met duidelijke context op een plaats waar het wordt beschermd: een museum of achter een hek met een bord waarop uitleg staat.

Maar zomaar beelden van foute lieden  van hun sokkels trekken  is symboolpolitiek en wakkert de verschillen tussen mensen alleen maar aan, terwijl men juist gelijkheid  en broederschap zou moeten prediken..

De grootste boosdoener van ons wereldbeeld is hoe we de zaak hebben opgeschreven. Nadeel van geschiedschrijving is, dat dit een vorm van discriminatie is: ik schrijf dit wel op, maar dat niet. Waarom beschrijven we dit niet?

Al deze dogmatische benaderingen zorgen er ook voor dat de derde grote verworvenheid uit de Franse revolutie ‘vrijheid’ onder druk staat. Daar maak ik me nog de meeste zorgen om.