Inclusiviteit en diversiteit zijn modieuze woorden waarover half elitair Nederland zich druk maakt.

Ook levensgevaarlijk om er een mening over te hebben. Wat je er ook van vindt, je krijgt de halve natie over je heen. Om te beginnen maak ik persoonlijk geen enkel verschil tussen het uiterlijk of de conditie van mensen: geslacht, leeftijd, handicap, huidskleur is me om het even. Ik zal ook geen witte of donkere mensen uitsluiten als ik een keuze zou moeten maken. Een man in een jurk of met pumps: no problem. Zolang dit allemaal in vrijheid gebeurt moet iedereen vooral zelf weten hoe hij of zij zich uitdost. En dat in sommige beroepen mensen geüniformeerd moeten zijn; ook dat begrijp ik. Selectie vindt wat mij betreft plaats op zachte kwaliteiten, die aan de buitenkant niet te zien zijn. Maar aan sommige eigenschappen kun je niet omheen en hebben ook te maken met onze existentie. Ongeveer de helft van de mensen ziet eruit als man, en de andere helft als vrouw. Als dit opnieuw door onze schepper zou moeten worden overgedaan, dan is het voor de inmiddels flink roerende gemeenschap, die zich tussen deze twee seksen bevindt, duidelijk dat dat verschil een grote vergissing is. Naast deze groep is er een intellectuele elite die ook van mening is dat verschillen tussen man en vrouw moeten worden opgeheven. Bij deze groep is de variatie in de seksen niet het grootste probleem, maar de maatschappelijke positie. Mensen zijn mensen en het geslacht doet er niet toe, zijn deze groepen van mening.

Voor voortzetting van het geslacht heeft men toch een man en een vrouw nodig, of in ieder geval iets van deze beide geslachten en dat is alleen maar lastig. Duidelijk is dat er iets aan het veranderen is en alles te maken heeft met de status van de wetenschap, maatschappelijke druk door sociale media en secularisatie.

Ik ben opgegroeid in een katholieke omgeving. Tot nog niet zo lang geleden -ik ben nu 64- had ik er geen weet van dat er zoiets waren als intersekse personen. Ik mag het van de elitaire gemeenschap niet zeggen, maar intersekse personen zijn mensen met een genetisch weeffoutje. Tot voor kort werden deze mensen zoveel mogelijk omgebouwd naar de sekse waar de persoon zich het beste psychisch in thuis voelt. Tot dus nog niet zo lang geleden ging ik er nog vanuit dat het ombouwen naar een andere sekse uitsluitend vanuit een psychische drijfveer werd ingezet. Logisch dat ik er niets van af wist, want in heel mijn bestaan is er in mijn eigen school- en cursusverleden geen woord over gerept, dat er ook zoiets was als er tussenin. Bij biologie werd ons verteld: XX en XY en dat was het. Mijn moeder was het voorbeeld van zwart-wit denken qua seksen. Vooral ingegeven door de kerk. Je was man of vrouw en zelfs mannen of vrouwen die hun seksuele voorkeur bij het eigen geslacht zochten, werden door mijn moeder veracht. De hetero-normativiteit was de norm en alle andere normen slecht.

Zelf heb ik nooit zo gedacht. Over seksuele moraal ben ik erg liberaal: doe vooral waar je zin in hebt, zolang je van kinderen afblijft. En bovenal: dring mij niets op.

Met de grote aandacht voor alle vormen van seksuele voorkeuren of aangeboren seksuele eigenschappen is er een half alfabet voor nodig om alle varianten te benoemen. Dit heeft met inclusiviteit niets te maken. Inclusiviteit is juist iets  waar je ongeacht in welk hokje je bevindt je geen onderscheid maakt en impliciet zou moeten zijn.
Je ziet nu dat op allerlei terreinen men de verschillen tussen mannen en vrouwen wil verkleinen: bijvoorbeeld door genderneutrale toiletten in te zetten. Er ontstaat inmiddels veel heisa als er verschillen zijn. In het verleden werden er in Nederland voor acteerprestaties Gouden Kalveren uitgereikt aan de beste acteur en actrice afzonderlijk. Nu heeft de uitgever van deze prijs besloten dat de uitreiking genderneutraal moet zijn. De beste acteerprestatie wordt beloond, ongeacht of deze door een man of een vrouw is uitgevoerd.

Redenering is dat bij de uitreiking verdeeld over twee geslachten er toch meer aandacht is voor de mannelijke winnaar dan voor de vrouwelijke. Met één prijs ben je daarvan af denkt men. Maar als de komende drie jaar de prijs naar één geslacht gaat staat ook alles weer op z’n kop. Wellicht is de genderneutraliteit van de prijs ook wel ingevoerd, omdat in het wereldje van acteurs en actrices er een bovengemiddeld aandeel mensen voorkomen met een opgeplakt labeltje uit de rij van seksuele voorkeuren. Dan krijg je een kalf als beste actrice, terwijl je je eigenlijk meer man voelt. Dat voelt ook niet gemakkelijk.

In de sport is er ook altijd gedoe over het geslacht. Testosteron is het mannelijke hormoon waardoor jongens qua kracht in het voordeel zijn ten opzichte van vrouwen. Mannen lopen harder, springen hoger en verder, en kunnen meer gewicht verstouwen. Gemiddeld zijn ze langer, hebben ze een grotere longcapaciteit en sterkere botten. Aangezien sport per definitie competitief is, zijn sporten waar de voordelen van jongens onoverbrugbaar zijn niet gemengd. Je kunt als vrouw winnen van vrouwen, maar in een gemengde competitie zou je niet worden geklasseerd. Toch is een damescompetitie zeker zo leuk om te kijken als die van de heren. En dat komt niet omdat de feitelijke prestatie beter is, maar komt door de passie, inzet, verbetenheid en doorzettingsvermogen die aan de dag wordt gelegd. Vaak is dat bij vrouwen veel hoger. Sporten is dus per definitie oneerlijk; niet alleen door fysieke verschillen, maar ook de omstandigheden bij de voorbereiding van een sportevenement spelen een belangrijke rol.

Het blijft moeilijk. We kennen door de eeuwen heen bijna uitsluitend strikt gescheiden man/vrouw verhoudingen, aangewakkerd door religieuze drijfveren. Voor velen van ons gelden nog steeds deze normen. Al onze systemen zijn bovendien nog polair ingericht.
Het probleem levert enorme discussies op in de maatschappij. Elke verruiming doordat genderneutraliteit wordt ingevoerd door de intellectuele elite leidt tot het ingraven van de traditionele aanhangers van een hetero-normatieve samenleving.

Het wordt er niet gezelliger op.